De taalontwikkeling bestaat uit twee gebieden: het taalbegrip (passieve of receptieve taalontwikkeling) en de taalproductie (de actieve of productieve taalontwikkeling).
Als het kind veelal niet begrijpt wat er gezegd wordt, niet adequaat reageert op een vraag, vaak om herhaling vraagt en/of regelmatig in zijn “eigen wereld” zit kan er sprake zijn van problemen in het taalbegrip.
Indien een kind moeite heeft met het vertellen van een verhaal of een gebeurtenis, veel fouten maakt met de zinsbouw en grammatica, in vergelijking met leeftijdsgenootjes in kortere zinnen spreekt en/of moeilijk op woorden kan komen kan er sprake zijn van problemen met de taalproductie.

Indien de taalontwikkeling achterblijft in vergelijking met leeftijdsgenootjes, wordt er gesproken van een taalachterstand of een taal(ontwikkelings)stoornis.
Het komt regelmatig voor dat deze taalachterstand voorkomt samen met andere stoornissen, zoals gehoorstoornissen, bepaalde syndromen of een algehele achterstand. Maar dit hoeft niet zo te zijn, een taalachterstand kan ook voorkomen zonder dat er een duidelijke oorzaak achter ligt en er geen andere ontwikkelingsproblemen aanwezig zijn.

Vaak wordt het kind niet begrepen door de omgeving of andersom. Hierdoor kunnen gedragsproblemen ontstaan: frustraties en boosheid doordat hij/zij zich niet duidelijk kan maken of het kind zondert zich juist af en trekt zich terug. Daarnaast kan het kind problemen krijgen met het leren op school.

Wat doet de logopedist?

De logopedist doet logopedisch onderzoek naar de taalontwikkeling, alle delen van de taalontwikkeling worden in kaart gebracht. Deze resultaten worden met de ouders/verzorgers besproken en samen worden de vervolgstappen bepaald.

Voor meer informatie over de taalontwikkeling bij kinderen kunt u onderstaande folder bekijken.

 

Folder Taalontwikkeling