Er is sprake van communicatie wanneer de gesprekspartners op de juiste manier gebruik maken van de taal. Het gaat hierbij om het feitelijke gebruik van de taal: de pragmatiek. De eerste vaardigheden zijn bijvoorbeeld het maken van oogcontact, het toepassen van beurtgedrag etc. Een kind kan wel een goede woordenschat hebben en correcte zinnen maken, maar het moet die vaardigheden ook zo kunnen inzetten dat de communicatie afgestemd is op de luisteraar, de context en de situatie.

Wanneer er problemen zijn in de pragmatiek dan zien we dat kinderen moeite hebben om hun taalgebruik af te stemmen op de omgeving in de sociale context. Hierdoor mist het kind al snel de aansluiting met zijn of haar leeftijdgenootjes. Een kind met een pragmatische taalstoornis vindt het moeilijk om op een gepaste manier een gesprek te voeren, een logisch verhaal te vertellen of de woordkeuze af te stemmen op de situatie of de persoon.  

Door verschillende oorzaken kan een kind een stoornis ondervinden in de pragmatiek. Bijvoorbeeld door een taalachterstand, gedragsstoornissen (bijvoorbeeld ADHD of Autisme) of een verstandelijke beperking.  Er zijn ook kinderen zonder diagnose die moeite hebben met de pragmatische taalvaardigheden.

Wat doet de logopedist?

De logopedist doet logopedisch onderzoek naar de taalontwikkeling en de eventuele communicatieproblemen. Deze resultaten worden met de ouders/verzorgers besproken en samen worden de vervolgstappen bepaald.